Laadpleinen voor bedrijven en VvE’s
Bijgewerkt op
Een laadplein is een groep laadpunten op één aansluiting, bij een bedrijfspand of onder een appartementencomplex. De aansluiting bepaalt hoeveel auto’s tegelijk snel kunnen laden; slimme verdeling van het vermogen rekt dat op. Daarnaast gelden bouwregels: een bestaand utiliteitsgebouw met meer dan 20 parkeervakken moet sinds 2025 minimaal één oplaadpunt hebben.1
Hoeveel laadpunten kan mijn aansluiting aan?
Het vermogen van één laadpunt volgt uit de stroomsterkte. Een laadpunt op 3x16A levert bij 230 volt per fase ongeveer 11 kW (3 × 230 V × 16 A); op 3x32A is dat ongeveer 22 kW. Tien laadpunten van 11 kW die tegelijk vol laden, vragen dus zo’n 110 kW, bovenop wat het pand zelf gebruikt.
Een kleinverbruikaansluiting van 3x80A levert rekenkundig maximaal ongeveer 55 kW (3 × 230 V × 80 A). Een laadplein komt daar al snel boven, en dan heb je een grootverbruikaansluiting nodig. Voor zulke aansluitingen gelden sinds 1 januari 2025 nieuwe aansluittermijnen, die volgens Liander afhangen van congestie, de complexiteit van de aansluiting en de wachttijd per regio.2 Of er in jouw gebied ruimte is, zie je op de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland, die bedoeld is voor grootverbruikers.3
Een zwaardere aansluiting is dus niet altijd snel te krijgen. Daarom begint een goed ontwerp bij de vraag hoeveel energie de auto’s per dag echt nodig hebben, niet bij het maximale vermogen per laadpunt. Een auto die acht uur stilstaat, krijgt met 3,7 kW al ongeveer 30 kWh binnen.
Hoe verdeelt slim laden het vermogen over een laadplein?
Bij slim laden, ook wel load balancing genoemd, verdeelt een regelsysteem het beschikbare vermogen over de auto’s die op dat moment laden. Er zijn twee vormen:
- Statisch: de laadpunten delen een vast maximum, bijvoorbeeld 40 kW, ongeacht wat het pand verder gebruikt.
- Dynamisch: een meter bij de hoofdaansluiting meet het totale verbruik. Draait de productie hard, dan krijgen de laadpunten minder; is het pand rustig, dan meer.
Dynamische verdeling haalt het meeste uit een bestaande aansluiting, maar vraagt een goede meting en een laadsysteem dat die gegevens kan gebruiken. RVO noemt het energiemanagementsysteem als manier om apparaten automatisch op de juiste momenten aan of uit te zetten, en noemt laadpalen die vooral laden als er veel zonne-energie is.4
Wie ook zonnepanelen heeft, kan het laadvermogen laten meebewegen met de opwek. Een batterij kan korte pieken opvangen als veel auto’s tegelijk aankomen; wanneer dat zinvol is, lees je bij de bedrijfsbatterij. Houd er rekening mee dat verdeling geen extra energie maakt: bij te weinig vermogen laden alle auto’s trager.
Welke laadpunten zijn verplicht bij een bedrijfspand?
De eisen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Informatiepunt Leefomgeving vat ze als volgt samen.15
| Situatie | Parkeervakken | Eis |
|---|---|---|
| Bestaand utiliteitsgebouw | meer dan 20 | vanaf 2025 minimaal 1 oplaadpunt (art. 3.87b en 3.87c Bbl) |
| Nieuw utiliteitsgebouw | meer dan 10 | minimaal 1 oplaadpunt en 1 op de 5 vakken een leidingdoorvoer (art. 4.160b lid 2 Bbl) |
| Nieuw woongebouw | meer dan 10 | ieder parkeervak een leidingdoorvoer (art. 4.160b lid 1 Bbl) |
Een leidingdoorvoer is een kabelgoot of loze leiding waar later kabels doorheen kunnen.5
De eisen worden strenger. RVO schrijft, bij een controle van de pagina op 17 juli 2026, dat voor bestaande niet-woongebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen vanaf 1 januari 2027 minimaal 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen geldt, of leidingdoorvoeren voor de helft. Dat volgt uit de herziene Europese gebouwenrichtlijn.6 Controleer daarom bij een verbouwing of nieuw ontwerp welke versie van de regels op dat moment geldt.
Wat komt erbij kijken als een VvE een laadplein wil?
Voor een bestaand woongebouw geldt de Bbl-plicht van minimaal één oplaadpunt niet.1 Een VvE die laadpunten wil, doet dat dus vrijwillig, vaak omdat bewoners erom vragen. Bij nieuwbouw ligt de basis er meestal al: een nieuw woongebouw met meer dan 10 parkeervakken moet bij ieder vak een leidingdoorvoer hebben.5
Voor een VvE spelen andere vragen dan voor een bedrijf:
- Komt er één gezamenlijke aansluiting met een laadsysteem dat per bewoner afrekent, of krijgt ieder laadpunt een eigen aansluiting?
- Wie betaalt de basisvoorziening (kabels, verdeelkast, graafwerk) en wie het eigen laadpunt?
- Hoe verdeel je het vermogen eerlijk als meer bewoners elektrisch gaan rijden?
Een gezamenlijke aansluiting met dynamische verdeling is meestal het makkelijkst uit te breiden: nieuwe laadpunten sluit je aan op de bestaande kabelgoot. Leg de afspraken vast in de vergadering van eigenaars voordat er gegraven wordt. Voor zonnepanelen op het dak van een appartementencomplex is er een apart artikel over zonnepanelen bij een VvE.
Hoe verloopt de aanleg van een laadplein?
De aanleg van een laadplein volgt bij ons dezelfde volgorde: eerst advies en een berekening, daarna pas een offerte.
- Inventarisatie: aantal auto’s nu en over vijf jaar, standtijden, benodigde kWh per dag en het huidige verbruik van het pand.
- Aansluiting: past het binnen de huidige aansluiting met slimme verdeling, of is verzwaring nodig? Bij een grootverbruikaansluiting kan een flexibel contract ruimte geven; daarvoor moet je volgens RVO onder meer 100 kW aan flexibel vermogen kunnen bieden.7
- Ontwerp: kabelroutes, verdeelkast, graafwerk, plek van de laadpalen en reserve voor uitbreiding.
- Installatie en ingebruikname: door ons eigen team, inclusief het instellen van de vermogensverdeling.
- Beheer: monitoring, storingen en onderhoud na de oplevering.
Plan ruim. Graafwerk en een verdeelkast zijn het duurste deel om later opnieuw te doen, terwijl een extra loze leiding tijdens de aanleg weinig moeite kost. Wie nu zes laadpunten nodig heeft, legt de kabelgoten daarom vaak aan voor het dubbele aantal. Bespreek ook vooraf wie de laadpunten gebruikt: alleen eigen personeel, ook bezoekers, of bewoners met een eigen pas. Dat bepaalt hoe het laadsysteem afrekent en welke gegevens het bijhoudt.
Wil je het plein overkappen met zonnepanelen, dan is een solar carport een aparte stap met eigen vergunningsvragen. Het totaalbeeld voor bedrijven staat op de pagina zakelijk.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vermogen heeft één laadpunt?
Dat hangt af van de stroomsterkte. Op 3x16A is het ongeveer 11 kW, op 3x32A ongeveer 22 kW. Veel auto’s laden aan een wisselstroompunt niet sneller dan hun eigen boordlader toelaat; dat staat in de specificaties van de fabrikant.
Moet mijn bestaande bedrijfspand een laadpunt hebben?
Heeft het utiliteitsgebouw meer dan 20 parkeervakken op hetzelfde perceel, dan moet er sinds 2025 minimaal één oplaadpunt zijn.1 Voor een bestaand woongebouw geldt die plicht niet.
Kan een laadplein ook bij een woning met één auto?
Voor één auto thuis is een los laadpunt genoeg. Lees daarvoor de pagina over de laadpaal thuis.
Bronnen
- Oplaadpunten voor elektrische voertuigen: regels bij bestaande bouw — Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Geraadpleegd 26 september 2026.
- Nieuwe elektriciteitsaansluiting aanvragen (grootzakelijk) — Liander. Geraadpleegd 26 september 2026.
- Capaciteitskaart elektriciteitsnet — Netbeheer Nederland. Geraadpleegd 26 september 2026.
- Stuur uw energieverbruik — RVO, 8 september 2026. Geraadpleegd 26 september 2026.
- Oplaadpunten voor elektrische voertuigen: regels bij nieuwbouw — Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Geraadpleegd 26 september 2026.
- Laadinfrastructuur elektrische voertuigen bij gebouwen — RVO, 17 juli 2026. Geraadpleegd 26 september 2026.
- Flexibele contracten bij netcongestie — RVO, 28 juli 2026. Geraadpleegd 26 september 2026.













